Psuche, het enige woord voor ‘ziel’. 100 maal komt het voor in het Nieuwe Verbond. De vertalingen in de NBG: 51 maal wordt het vertaald als ‘de ziel’. 40 maal wordt het vertaald als ‘het leven’. 2 maal wordt het verschillend vertaald als ‘ziel & leven’. 1 maal wordt het vertaald als ‘levend’. 1 maal wordt het vertaald als ‘Hij’. 1 maal wordt het vertaald als ‘de man’. 1 maal wordt het vertaald als ‘de mens’. 2 maal wordt het vertaald als ‘het hart’. 1 maal wordt het vertaald als ‘het wezen’.
Het Griekse ‘psuche’ komt volledig overeen met het Hebreeuwse ‘nephesh’. Zie daarvoor de volgende vergelijkingen: 1/ Deuteronomium 6: 5 Je zal Yahweh, jouw Elohim liefhebben met geheel je hart en met geheel je ziel [nephesh] en met geheel je kracht. Markus 12: 30 Je zal de Here, je God, liefhebben uit geheel je hart en uit geheel je ziel [psuche] en uit geheel je verstand en uit geheel je kracht. 2/ Psalm 16: 10 want U geeft mijn ziel [nephesh] niet prijs aan het dodenrijk [sheol], Handelingen 2: 27 omdat U mijn ziel [psuche] niet aan het dodenrijk [hades] zult overlaten, 3/ 1 Koningen 19: 10 zodat ik alleen ben overgebleven, en zij trachten mij het leven [nephesh] te benemen. Romeinen 11: 3 Here, ….. ik ben alleen overgebleven en mij staan zij naar het leven [psuche]. 4/ Genesis 2: 7 alzo werd de mens tot een levend wezen [nephesh]. 1 Corinthe 15: 45 de eerste mens, Adam, werd een levende ziel [psuche]; In al de citaten uit het Oude Verbond vertegenwoordigt ‘Psuche’ in het Nieuwe Verbond het woord ‘Nephesh’ uit het Oude.
Het gebruik van het woord ‘Psuche’ kunnen we in vijf categorieën indelen:
1/ ‘Psuche’, gebruikt voor de dieren. a/ Vertaald in de NBG als ‘leven’. Openbaring 8: 9 en het derde deel van de schepselen in de zee, die leven hadden, stierf, b/ Vertaald in de NBG als ‘wezen’ Openbaring 16: 3 alle levende wezens, die in de zee waren, stierven.
2/ ‘Psuche’, gebruikt voor individuele personen. Zo wordt ook in ons eigen Nederlandse taalgebruik het aantal zielen genoemd dat een ramp heeft overleefd. We tellen dan niet iets ongrijpbaars, maar het aantal personen. Dit gebruik komen we veertien maal tegen in de Bijbel. a/ Vertaald in de NBG als ‘ziel’. Handelingen 2: 41 op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. Handelingen 2:43 En er kwam vrees over alle ziel. Handelingen 3:23 en het zal geschieden, dat alle ziel, die naar deze profeet niet hoort, uit het volk zal worden uitgeroeid. Handelingen 7:14 En Jozef zond heen om zijn vader Jakob te laten komen en al zijn bloedverwanten, vijfenzeventig zielen. 1 Corinthe 15: 45 de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; Jakobus 5: 20 wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden. 1 Petrus 3: 20 de ark …, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden. 2 Petrus 2: 14 zij verlokken onstandvastige zielen, Openbaring 6: 9 En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. Openbaring 18: 13 lading van paarden en wagens en van lichamen; en zielen van mensen. Openbaring 20: 4 ik zag de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God,. b/ Vertaald in de NBG als ‘man’. Handelingen 27: 37 Wij waren nu in het geheel aan boord met tweehonderd zesenzeventig man. c/ Vertaald in de NBG als ‘levend’. Romeinen 2: 9 Verdrukking en benauwdheid zal komen over ieder levend mens, die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek; d/ Vertaald in de NBG als ‘mens’. Romeinen 13: 1 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. Dat zijn vier verschillende vertalingen voor één en hetzelfde woord, waar het gebruik van het woord ook nog eens exact eender is. Had men de letterlijke vertaling algeheel toegepast dan was het verstaan van de Bijbel op dit punt weer een stuk simpeler geweest.
3/ ‘Psuche’, gebruikt voor het leven van de mens, wat verloren kan gaan, gered kan worden of kan worden afgelegd. Dit gebruik komen we 57 maal tegen in de Bijbel. a/ Vertaald in de NBG als ‘leven’. Mattheus 2: 20 zij, die het kind naar het leven stonden, zijn gestorven. Mattheus 6: 25 Wees niet bezorgd over je leven, …..Is het leven niet meer dan het voedsel? Mattheus 10:39 Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Mattheus 16: 25 Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Mattheus 20: 28 gelijk de Zoon des mensen …gekomen is om …. zijn leven te geven als losprijs voor velen. Markus 3: 4 Is het geoorloofd op de sabbat …. een leven te redden of te doden? Markus 8: 35 Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en om des evangelies wil, die zal het behouden. Markus 8: 37 Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven? Markus 10: 45 de Zoon des mensen is …gekomen om ….zijn leven te geven als losprijs voor velen. Lukas 6: 9 Ik leg u de vraag voor, of het geoorloofd is op de sabbat …een leven te redden of verloren te doen gaan. Lukas 9: 24 Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het behouden. Lukas 12: 22 Wees niet bezorgd over je leven, wat je zult eten. Lukas 12:23 Want het leven is meer dan het voedsel. Lukas 14: 26 Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. Lukas 17: 33 Ieder, die zijn leven zal trachten te behouden, die zal het verliezen, maar ieder, die het verliezen zal, die zal het vernieuwen. Lukas 21: 19 door uw volharding zult gij uw leven verkrijgen. Johannes 10: 11 Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen; Johannes 10: 15 gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. Johannes 10: 17 Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weder te nemen. Johannes 12: 25 Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven. Johannes 13: 37 Petrus zei tot Hem: Here, waarom kan ik U thans niet volgen? Ik zal mijn leven voor U inzetten! Johannes 13: 38 Jezus antwoordde: Uw leven zult gij voor Mij inzetten? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de haan zal niet kraaien, eer gij Mij driemaal verloochend hebt. Johannes 15: 13 Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. Handelingen 15:26 mensen, die hun leven hebben overgehad voor de naam van onze Here Jezus Christus. Handelingen 20:10 Maakt geen misbaar, want er is leven in hem. Handelingen 20: 24 Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het evangelie der genade Gods te betuigen. Handelingen 27: 10 met deze woorden: Mannen, ik zie, dat de vaart met ongerief en grote averij gepaard zal gaan, niet alleen wat lading en schip, maar ook wat ons leven aangaat. Handelingen 27: 22 Maar ook nu wek ik u op moed te houden, want het leven van niemand uwer zal verloren gaan, alleen maar het schip. Romeinen 11: 3 Here, ….. ik ben alleen overgebleven en mij staan zij naar het leven. Romeinen 16:4 mensen, die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Filippi 2: 30 hij heeft zijn leven gewaagd om aan te vullen wat nog aan uw dienstbetoon jegens mij ontbrak. 1 Thessalonica 2: 8 Zo waren wij…. bereid u …. ook ons eigen leven mede te delen, 1 Johannes 3: 16 Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeders ons leven in te zetten. Openbaring 12: 11 zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood. b/ Vertaald in de NBG als ‘ziel’. Mattheus 10: 28 En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de gehenna. Markus 8: 36 Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden? Lukas 12: 20 in deze eigen nacht wordt jouw ziel van je afgeëist. 1 Thessalonica 5: 23 geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te blijven. Hebreeën 4: 12 het dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, Hebreeën 6: 19 Haar hebben wij als een anker der ziel, Hebreeën 10: 39 geloof, dat de ziel behoudt. Hebreeën 13: 17 zij zijn het, die waken over uw zielen, Jakobus 1:21 het in u geplante woord…, dat uw zielen kan behouden. 1 Petrus 1: 9 het einddoel van het geloof….., dat is de zaligheid van de zielen. 1 Petrus 2: 11 de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel; 1 Petrus 2: 25 thans hebt gij u bekeerd tot de herder en hoeder van uw zielen. 1 Petrus 4: 19 Laten … zij…. hun zielen aan de getrouwe Schepper overgeven, c/ Vertaald in de NBG afwisselend als ‘ziel’ en ‘leven’. Mattheus 16: 26 Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven? Dit zijn weer twee verschillende vertalingen voor één en hetzelfde woord, waar het gebruik van het woord opnieuw nog eens exact eender is. De dwaasheid van verschillend vertalen komt het helderst tot uiting in Mattheus 16: 26. Had men de letterlijke vertaling algeheel toegepast dan was het verstaan van de Bijbel op dit punt opnieuw een stuk simpeler geweest.
4/ ‘Psuche’, gebruikt om de nadruk op het voornaamwoord te leggen, zoals wij het extra woordje ‘zelf’ gebruiken als wij in het Nederlands de nadruk erop willen leggen dat echt ‘ik’ alleen dit wil doen. We zeggen dan: ‘Ikzelf wil dat doen’. In de Bijbel is dat: ‘mijn psuche’. Dit gebruik komen we 21 keer tegen in de Bijbel. a/ Vertaald in de NBG als ‘ziel’. Mattheus 11: 29 neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; Mattheus 12: 18 Zie, mijn knecht, die Ik verkoren heb, mijn geliefde, in wie mijn ziel een welbehagen heeft; Mattheus 26: 38 Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; Markus 14: 34 Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; Lukas 1: 46 En Maria zei: Mijn ziel maakt groot de Here, Lukas 12: 19 En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel, je hebt vele goederen liggen, opgetast voor vele jaren, houd rust, eet, drink en wees vrolijk. Johannes 10: 24 Hoelang houdt U onze ziel nog in spanning? Johannes 12: 27 Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Handelingen 2: 27 omdat U mijn ziel niet aan de hades zult overlaten, Handelingen 14:2 Maar de Joden, die hun geen gehoor gaven, prikkelden en verbitterden de zielen der heidenen tegen de broeders. Handelingen 14:22 om de zielen der discipelen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het geloof, Handelingen 15:24 Aangezien wij gehoord hebben, dat enigen uit ons midden u met hun woorden hebben verontrust, uw zielen in verwarring brengende, hoewel wij hun niets geboden hadden, 2 Corinthe 1: 23 Maar ik roep God aan tot getuige over mijn ziel, 2 Corinthe 12: 15 Ik voor mij zal zeer gaarne … mijzelf opofferen voor uw zielen. Hebreeën 10: 38 als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen. Hebreeën 12: 3 opdat je niet door matheid van ziel verslapt. 1 Petrus 1: 22 Nu jullie je zielen …. gereinigd hebben tot ongeveinsde broederliefde, 2 Petrus 2: 8 deze rechtvaardige heeft……. zijn rechtvaardige ziel gekweld. Openbaring 18: 14 En het ooft, waarnaar uw ziel begerig was, b/ Vertaald in de NBG als ‘hij’. Handelingen 2:31 heeft hij in de toekomst gezien en gesproken van de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan de hades is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien. Bij dit gebruik van het woord ‘psuche’ is er gelukkig niet die grote verwarring door meerdere vertalingen in de NBG.
5/ ‘Psuche’, gebruikt met intensieve kracht om al de inspanningen van een persoon uit te drukken. Dit gebruik komt negen maal voor in de Bijbel a/ Vertaald in de NBG als ‘ziel’. Mattheus 22:37 Je zal de Here, je God, liefhebben met geheel je hart en met geheel je ziel en met geheel je verstand. Markus 12: 30 Je zal de Here, je God, liefhebben uit geheel je hart en uit geheel je ziel en uit geheel je verstand en uit geheel je kracht. Lukas 2: 35 (en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan), Lukas 10: 27 Je zal de Here, je God, liefhebben uit geheel je hart en met geheel je ziel en met geheel je kracht en met geheel je verstand, en je naaste als uzelf. Handelingen 4:32 En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, Filippi 1: 27 dat je vaststaat in één geest, één van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie, 3 Johannes 1: 2 Geliefde, ik bid, dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat. b/ Vertaald in de NBG als ‘hart’. Efeze 6: 6 als slaven van Christus de wil Gods van harte te doen, Colosse 3: 23 verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen; Hier is helaas wel weer in de laatstgenoemde twee Bijbelteksten afgeweken van een letterlijke weergave.
|