U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan
Terug naar: Startpagina
Algemeen:
Overzicht geopende bestanden 2
Bijbelverwijzingen 3
Bijbelverwijzingen 2
Bijbelverwijzingen
Alle Onderwerpen
Overzicht geopende bestanden
Contact
Interviewer Andrew Denton
In 1979 moet jij zo ongeveer 22 jaar oud geweest zijn. Toen ben jij op de radio in debat gegaan met een dominee Whait Watts. Die dominee was een overheidsvertegenwoordiger voor de belangen van de gekleurde bevolking. Hij had met Martin Luther King samengewerkt.
Aan het begin van dat debat hield hij zijn hand naar je uitgestrekt om die te schudden. Aarzelde je toen?
Johnny Lee Clary
Ik had dit totaal niet voorzien. Ik had op een stevige, strijdbare neger met zo’n uit de kluiten gewassen afro-kapsel gerekend en zo’n T-shirt met doodskoppen erop, van top tot teen volgehangen met botten en beenderen als sieraad en dan ook nog zo’n vette button opgespeld die schreeuwt:‘Ik haat die witten! De dood aan die boeren!’
Interviewer Andrew Denton
Had je dat serieus verwacht?
Johnny Lee Clary
Ja, dat dacht ik. Ik had zo’n figuur verwacht met een ghettoblaster op zijn schouder dat knoerthard zou galmen: ‘Zwart is prachtig! De dood aan al die blanke duivels!’. Dat lag in de lijn van mijn verwachtingen.
Toen de deur openging en die dominee Whait Watts binnenstapte, keurig in pak en met een stropdas om en een Bijbel in de hand, en hij liep op me af, stak zijn hand uit en zei ‘Hallo Meneer Clary, ik ben Whait Watts, ik wil u graag vertellen dat ik u lief heb en Jezus ook.’. toen was ik echt helemaal van de kaart.
Toen hij dan ook zijn hand uitstak, was ik het al aan het schudden voor ik er erg in had omdat ik dit helemaal niet verwacht had. Toen ik opeens realiseerde waar ik mee bezig was en dat ik hiermee een belangrijke regel van de Clan brak, trok ik mijn hand terug en ik begon mijn hand te bekijken.
Hij zag wat er bij mij gebeurde. Nou was mijn handeling duidelijk bedoeld als een belediging. Het handboek van de Clan zegt dat de lichamelijke aanraking van een niet blanke verontreiniging inhoudt. Ik had net handen geschud met een zwarte.
Hij zag hoe ik naar mijn handen staarde. Hij zei tegen me: ‘Maak je geen zorgen Johnny, het geeft niet af’. Ik begon hem voor van alles en nog wat uit te schelden: ‘Jij vuile vieze @#?&*!!, jij, zoon van een $%&?*%!!! Jij dit, jij dat!’. Zijn antwoord daarop was: ‘Gods zegen, Johnny. Jij kan me echt niet zoveel aandoen dat ik je zal gaan haten. Ik hou van je en ik bid voor je, of je het nu leuk vindt of niet.’
Ik wist echt niet hoe ik daar mee om moest gaan. Dit was me echt nog nooit overkomen.
Interviewer Andrew Denton
Een paar jaar later stak je zijn kerk in brand, hè?
Johnny Lee Clary
Ja, uiteindelijk hebben zijn kerk in de fik gestoken. Het begon met dat we bij zijn huis langsgingen. We scholden hem voor van alles en nog wat uit. Daar kregen we geen reactie op. We dumpten troep op zijn oprijlaan. Geen reactie. We gingen met onze lakens en puntmutsen in zijn tuin staan en riepen: ‘Kom maar eens tevoorschijn, dan zullen we je eens te grazen nemen!’. Hij kwam naar buiten en zei: ‘Jongens, Halloween is pas over vier maanden. Ik heb nu helaas geen snoepjes om aan jullie uit te delen. Kom terug in Oktober’, waarna hij weer zijn huis instapte.
Interviewer Andrew Denton
Dat is nogal verrassend.
Johnny Lee Clary
Ja, ik wist echt niet hoe ik daar nou op moest reageren. De Clan vroeg of nog meer van die geweldige ideeën had. Ik zei: ‘Geen idee!, nou wacht. We hebben dat kruis. Die kunnen we verbranden aan de overkant, pal tegenover zijn huis.’ We kregen hem daarmee inderdaad naar buiten. Hij kwam naar ons toe om te vragen of we hamburgers en snoepgoed nodig hadden voor bij onze barbecue.
Uiteindelijk, toen we echt door al onze ideeën heen waren om hem het leven zuur te maken, hebben we zijn kerk in de fik gestoken. Men heeft de brand geblust voordat de kerk geheel en al verwoest was. Ik belde hem toen op en zette een andere stem op en zei: ‘Hé jongen, je mag wel eens bang gaan worden. We krijgen je wel te pakken. Jij weet niet wie we zijn, maar wij weten je te vinden’. Van de andere kant van de lijn kwam de allervriendelijkste stem: ‘Hallo Johnny, dat een man als jij de tijd neemt om mij op te bellen. Ik voel me zo vereerd. Laat me wat terugdoen.’ Toen ging hij bidden: ‘O Heer, wilt u Johnny vergeven dat hij zo stom doet. Hij bedoelt het allemaal niet zo slecht. Het is een goede gozer’. Terwijl hij nog bezig was gooide ik de hoorn op de haak.
Het allerleukste wat ik met hem heb meegemaakt was in een restaurant. Ik wist op het laatst echt niet meer hoe we hem nog verder konden aanpakken. Op een dag zag ons groepje hem een restaurant binnenstappen. Wij stapten toen met zo’n dertig man ook dat restaurant binnen en omringden hem. Hij had daar een kip voor zich op een bord liggen en ik zei tegen hem: ‘Hé jochie, dit restaurant is alleen voor blanken. Wij willen je hier niet zien. Daarom doe ik jou een belofte. Ik beloof je dat wij precies hetzelfde met jou zullen doen als wat jij met die kip gaat doen. Dus bedenk je maar eens goed voordat je die kip aanraakt’.
Hij keek naar mij en hij keek naar de Clan. Toen raapte hij die hele kip op en begon het te zoenen. Toen hij die kip ging zoenen schoot het hele restaurant in de lach. Ik keek om me heen en zelfs mijn eigen Clan stond daar te lachen. Ik moest wel toegeven dat dit grappig was. Ik stuurde iedereen naar buiten en daar rolden ze over elkaar heen van het lachen.
Ik waarschuwde de hele Clan dat ze wel geschorst konden worden omdat ze de regels niet zo nauw namen. Toen ik nog bezig was mijn jongens weer in het gareel te krijgen hoorde ik de claxon van de auto van dominee Watts, die uit het raampje riep: ‘Dag Johnny’.
Dit was de manier waarop een eenvoudige dominee de hele Klu Klux Clan overwon omdat hij zijn hersens gebruikt.
Interviewer Andrew Denton
Hij gebruikte ook zijn hart
Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina