Genesis 16: 14 Daarom noemt men die put: de put Lachai–roi; zie, hij is tussen Kades en Bered.
Lachai-Roi. Betekenis: ‘Leven van openbaring’, ‘leven na het zien’, ‘leven van visie’ of ‘de Levende, Die mij ziet’. Hier is zij zich wel degelijk bewust van de genade van Yahweh voor haar. Zij drukt dat uit in deze naamgeving. Helaas doet ze er verder niets mee.
De Heer Jezus ontmoet nog een andere vrouw bij de bron in Johannes 4: 7. De Samaritaanse vrouw. Een sterk contrast in uitwerking tussen die ontmoetingen.
Kades. Zie Genesis 14: 7.
Bered. Betekenis: ‘Hagel’. Een plaatsnaam.
Genesis 16: 15 En Hagar baarde Abram een zoon en Abram noemde de zoon, die Hagar gebaard had, Ismaël.
Hagar. Zie Genesis 16: 1
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Ismaël. Zie Genesis 16: 11.
Abram noemde de zoon…..Ismaël. Hagar heeft dus blijkbaar haar ontmoeting in vers 11 met de Engel van Yahweh verteld aan Abram.
Genesis 16: 16 En Abram was zesentachtig jaar oud, toen Hagar Ismael aan Abram baarde.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Hagar. Zie Genesis 16: 1
Ismaël. Zie Genesis 16: 11.
Is het niet prachtig hoe Abraham in het Nieuwe Testament de man van geloof genoemd wordt en voor Israël zelfs de vader, niet alleen natuurlijk maar ook geestelijk.
Romeinen 4: 3 Want wat zegt het schriftwoord? Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend.
Romeinen 4: 9 Geldt deze zaligspreking dan de besnedene of ook de onbesnedene? Wij zeggen immers: Het geloof werd Abraham tot gerechtigheid gerekend.
Romeinen 4: 12 en een vader van de besnedenen, voor hen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook treden in het voetspoor van het geloof, dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat bezat.
Romeinen 4: 13 Want niet door de wet had Abraham of zijn nageslacht de belofte, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door gerechtigheid des geloofs.
Romeinen 4: 16 Daarom is het alles uit geloof, opdat het zou zijn naar genade, en dus de belofte zou gelden voor al het nageslacht, niet alleen voor wie uit de wet, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham zijn, die de vader van ons allen is,
Galaten 3: 6 Op dezelfde wijze heeft ook Abraham God geloofd en het is hem tot gerechtigheid gerekend.
Galaten 3: 7 Gij bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn.
Galaten 3: 9 Zij, die uit het geloof zijn, worden dus gezegend tezamen met de gelovige Abraham.
Galaten 3: 14 Zo is de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof.
Galaten 3: 29 Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.
Hebreeën 11: 8 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou.
Hebreeën 11: 17 Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Izaäk ten offer gebracht, en hij, die de beloften aanvaard had, wilde zijn enige zoon offeren,
Jakobus 2: 23 en het schriftwoord werd vervuld, dat zegt: Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.
God kijkt naar het leven van Abraham en ziet geloof. Dat is wat genade werkt!
Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende
Verwante Artikelen
Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: