Jozef is één van de duidelijkste typen van Christus Jezus, in de Hebreeuwse Bijbel. De geliefde zoon van de vader voor wie het eerstgeboorterecht was weggelegd, miskend door zijn broeders die hem beramen te vermoorden, komt op een wrede wijze onder de aarde terecht maar wordt bij nader inzien als slaaf verkocht naar Egypte. Niettemin, de HERE is met hem en hij wordt het hoofd van het huis van Potifar.
Door een valse beschuldiging komt hij in 'de bajes' terecht (het andere huis van Potifar) alwaar ook de zegen van God hem achtervolgt. Hij is zeer succesvol en brengt het tot hoofd van het huis van bewaring. De gevangenen zijn onder Jozefs beheer en hij zorgt voor hen en hij legt hen dingen uit die voor hen verborgen waren. De bakker en de schenker krijgen het geheimenis te horen over wat er met hen zou gebeuren na twee dagen.
Dit alles verwijst schitterend naar de positie en het werk van Christus van de afgelopen tweeduizend jaar. Buiten de maatschappij, maar het Hoofd van de gemeente (die inderdaad ook als gevangenis wordt voorgesteld). Zelf zit Jozef de termijn van twee jaar uit in de gevangenis, wat eveneens verwijst naar de duur van de huidige 'huishouding'.
Als Jozef uit de gevangenis komt wordt hij gesteld tot vorst van heel Egypte en redt hij zijn broeders uit grote verdrukking. Ze komen uiteindelijk tot erkenning van hem, de Safenat-paneach, de Redder der wereld...
Geciteerde Bijbelgedeelten
Genesis 39: 1-4 Jozef nu werd naar Egypte gebracht; en Potifar, een hoveling van Farao, de overste der lijfwacht, een Egyptenaar, kocht hem van de Ismaelieten die hem daarheen gebracht hadden. En Yahweh was met Jozef, zodat hij een voorspoedig man werd, en hij woonde in het huis van zijn heer, de Egyptenaar. Toen zijn heer zag, dat Yahweh met hem was, en dat Yahweh alles wat hij ondernam onder zijn hand deed gelukken, won Jozef zijn genegenheid en hij mocht hem bedienen; hij stelde hem aan over zijn huis, en alles wat hij had, gaf hij in zijn hand.
Genesis 39: 20-23 Jozefs heer greep hem en wierp hem in de gevangenis, de plaats waar de gevangenen van de koning gevangen zaten. Zo kwam hij daar in de gevangenis. En Yahweh was met Jozef; Hij bewees hem genade en deed hem de genegenheid van de overste der gevangenis winnen. Daarom vertrouwde de overste der gevangenis al de gevangenen die in de gevangenis waren, aan Jozef toe, en al wat daar te doen was, deed hij. De overste der gevangenis keek niet om naar iets dat hem was toevertrouwd, omdat Yahweh met hem was; en wat hij verrichtte, deed Yahweh gelukken.
Genesis 40: 1-5 Hierna gebeurde het, dat de schenker en de bakker van de koning van Egypte zondigden tegen hun heer, de koning van Egypte. En Farao werd toornig op zijn beide hovelingen, de overste der schenkers en de overste der bakkers. Hij zette hen in hechtenis in het huis van de overste der lijfwacht, in de gevangenis, de plaats waar Jozef gevangen zat. En de overste der lijfwacht stelde Jozef bij hen aan, om hen te bedienen. En zij waren dagen in hechtenis. Zij nu hadden beiden een droom, ieder zijn eigen droom, in dezelfde nacht, ieder een droom met een eigen betekenis, zowel de schenker als de bakker van de koning van Egypte, die in de gevangenis gevangen zaten.
Genesis 40: 9-13 Daarop vertelde de overste der schenkers aan Jozef zijn droom en zei tot hem: In mijn droom, zie, er stond een wijnstok voor mij. Aan de wijnstok waren drie ranken, en nauwelijks begon hij te botten, of zijn bloesem was er, en zijn trossen droegen rijpe druiven. En Farao’s beker was in mijn hand. Ik nam de druiven, perste ze uit in Farao’s beker en gaf de beker in Farao’s hand. Toen zei Jozef tot hem: Dit is de uitlegging ervan: de drie ranken, dat zijn drie dagen; binnen drie dagen zal Farao uw hoofd verhogen en u in uw rang herstellen, en gij zult Farao de beker in de hand geven, zoals gij tevoren placht te doen, toen gij zijn schenker waart.
Genesis 40: 20-23 Op de derde dag nu, de geboortedag van Farao, maakte hij een maaltijd voor al zijn dienaren. En hij verhief het hoofd van de overste der schenkers en het hoofd van de overste der bakkers te midden van zijn dienaren. Want hij herstelde de overste der schenkers in zijn schenkersambt, zodat hij de beker weer in Farao’s hand gaf. Maar de overste der bakkers hing hij op, zoals Jozef hun had uitgelegd. Doch de overste der schenkers dacht niet aan Jozef, maar vergat hem.
Genesis 41: 1 Na verloop van twee volle jaren droomde Farao,
Genesis 41: 45 Farao noemde Jozef: Safenat–paneach [Redder van de wereld],
Psalm 1: 1 Welzalig [Gelukkig] de man
Psalm 1: 3 Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt; al wat hij onderneemt, gelukt.
Handelingen 19: 9-10 Maar toen sommigen verhard en ongehoorzaam bleven en ten aanhoren van de menigte kwaad bleven spreken van de weg, maakte hij zich van hen los en zonderde zijn discipelen af, terwijl hij dagelijks besprekingen hield in de gehoorzaal van Tyrannus. En dit ging twee jaar lang zo voort, zodat allen, die in Asia woonden, het woord des Heren hoorden, Joden zowel als Grieken.
Johannes 4: 42-43 Wij weten, dat deze waarlijk de Redder van de wereld is. En na de twee dagen ging Hij van daar.
Handelingen 24: 27 Maar toen de termijn van twee jaar voorbij was, kreeg Felix tot opvolger Porcius Festus; en daar Felix de Joden een gunst wilde bewijzen, liet hij Paulus in gevangenschap achter.
Handelingen 28: 28-31 Het zij u dan bekend, dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is; die zullen dan ook horen! En nadat hij dit gezegd had, gingen de Joden al redetwistende heen. En hij bleef de volle termijn van twee jaar in zijn eigen gehuurde woning, en ontving allen, die tot hem kwamen, predikende het Koninkrijk Gods, en onderricht gevende aangaande de Here Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, zonder enige belemmering.
Efeze 4: 1 Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan ….
Efeze 4: 8 Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede,
1 Timotheus 1:11 Het evangelie van de heerlijkheid van de zalige [gelukkige] God,
(Mijn [Hein] Commentaar:
Efeze 4: 8 Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede,
Efeze en Colosse zijn volgens mij parallelbrieven. De corresponderende tekst in Colosse is volgens mij:
Colosse 2:15 Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.
Het is niet de gemeente, maar het zijn volgens mij de geestelijke machten, die hier als krijgsgevangenen worden meegevoerd naar de hoge. Wij hebben in hemelse geen gevangenschap. Zo zou je onze positie op aarde momenteel kunnen typeren, maar nou juist niet onze positie in Christus.)
Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina