U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

Gods gerechtigheid is niet gebaseerd op het geloof IN Jezus Christus maar op het geloof VAN Jezus Christus. Hoewel vertalingen dit FEIT veelal wegmoffelen, leert de Schrift dit niettemin onmiskenbaar.
Gods gerechtigheid ("uit geloof, tot geloof") begint bij het geloof van Jezus Christus en eindigt in het geloof dat God door Zijn Woord en op Zijn tijd, aan alle mensen schenkt. Zijn geloof is de bron ("uit Zijn geloof") en ons geloof is het middel ("door geloof in Hem") waardoor God ons rechtvaardigt.
Van het Judaïsme wordt gezegd dat ze onbekend is met Gods gerechtigheid omdat ze haar eigen gerechtigheid wil laten gelden. Ze meent rechtvaardig voor God te zijn door haar eigen werken.
In het christendom is het niet veel anders: daar meent men rechtvaardig te zijn op grond van haar eigen geloof. Zo steunt men op iets van zichzelf i.p.v. op het geloof van Jezus Christus en op Gods onvoorwaardelijke belofte dat Hij de Redder der wereld is.

Behandelde Bijbelgedeelten:
Romeinen 3: 21-27 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid van God openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid van God door het geloof van Jezus Christus, tot allen en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in Zijn bloed, om Zijn rechtvaardigheid te tonen, door de vergeving van de zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid van God; om Zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, door te hem rechtvaardigen, die uit het geloof van Jezus is. Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten.
Romeinen 5: 18 Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding
voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven.
Romeinen 9: 30 - 10: 3 Wat zullen wij dan zeggen? Dit: heidenen, die
geen gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid, die uit geloof is; doch Israël, hoewel het een wet ter gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen. Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van geloof, maar van werken. Zij hebben zich gestoten aan de steen van de aanstoot, gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots van de ergernis, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen….. Want onbekend met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid van God niet onderworpen.
Filippi 2: 8 In Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is
gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het kruis [geloof van Jezus Christus].

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina