U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Wettische Geestelijkheid & De Zondaren

Ik werd bepaald bij de gelijkenis van de verloren zoon. “Daar moet ik toch makkelijk een studie over vinden” dacht ik. Inderdaad, ik denk dat het het Bijbelgedeelte is waar het meeste over geschreven is. Ook bij ongelovigen is dit gedeelte bekend, mede dankzij schilders zoals bv Rembrandt, die dit verhaal prachtig hebben weergegeven.

Het probleem waar ik op stuitte was, dat bijna niemand het gedeelte uitlegde. Over het algemeen wordt er een toepassing gegeven. Dat geeft niet, dat mag altijd, maar dan moet je wel de eerste betekenis ook kennen. Meestal wordt dit gedeelte gebruikt om te laten zien hoeveel God, de vader, houdt van een zondaar die zich bekeerd. Dat heb ik zelf ook vaak gedaan, met name bij evangelisatie. Vrij kort nadat ik de Here Jezus als mijn verlosser had leren kennen, heb ik zelfs meegespeeld in een toneelstuk over dit onderwerp.

Maar bij dit alles blijft voor mij de vraag: wat wilde de Here Jezus in dit gedeelte vertellen?
We vinden de gelijkenis van de verloren zoon in Lukas 15:11-32. Hij wordt in één adem verteld met de gelijkenis van het verloren schaap en de gelijkenis van het verloren muntje. Twee gelijkenissen waar ik niet eens een poging durf te wagen om deze uit te leggen.
Wat voor herder is dat die 99 schapen onbeschut in de bergen achter laat om één schaap te zoeken? Is dat een goede herder?
Of die vrouw die een groot feest geeft omdat ze één muntje heeft teruggevonden? Zou haar huishoudboekje wel kloppen?

Van deze drie gelijkenissen lijkt die van de verloren zoon het makkelijkst te verklaren.
Laten we eerst eens kijken aan wie de Heer dit wilde vertellen:
Lukas 15:1-3 Al de tollenaars en de zondaars nu kwamen telkens naar Hem toe om Hem te horen. En de farizeeën en de schriftgeleerden mopperden en zeiden: Deze ontvangt zondaars en eet met hen. Hij nu sprak tot hen deze gelijkenis...

De Heer spreekt hier dus de farizeeën en schriftgeleerden aan en de tollenaars en zondaars zijn toehoorders, ze staan erbij, maar de boodschap is niet direct voor hen.
De tollenaars en de zondaars komen naar Hem toe om Hem te horen. Zij zijn het die oren hebben om te horen (14:35). De farizeeën en de schriftgeleerden, die de oversten van het volk waren, mopperden alleen maar. Iemand die de zondaars opzoekt, moet zelf ook wel een zondaar zijn. Hoe herkenbaar is deze gedachte ook in onze tijd. 'Waar je mee omgaat daar wordt je mee besmet”. Nee. Wij doen het kwade uit ons midden weg en kijken vervolgens niet meer naar de zondaar om.
Daarom vertelt de Here hen het volgende verhaal.

Het verhaal van een jongen die zijn vader op het hart trapt door zijn erfenis op te eisen. Eigenlijk zegt hij :”Ouwe ga nou eens dood. Ik wil mijn erfenis nu direct.” Elke vader zou boos worden en z'n zoon bestraffen. Maar deze vader niet. Hij had er waarschijnlijk veel verdriet van, maar verdeelt toch de erfenis over beide zonen. Zowel de oudste als de jongste krijgen hun deel van de erfenis. De jongste zoon vertrekt naar een ver land om daar in korte tijd het vermogen erdoor te jagen in een losbandig leven. Wat dat precies inhoudt staat er niet bij, maar de oudste zoon weet dat wel te bedenken (vers 30 Nu echter die zoon van u gekomen is, die uw vermogen met hoeren heeft opgemaakt...) Ook dit is herkenbaar in deze tijd. We hebben al gauw een oordeel klaar: die wereldse man, nou die neemt het niet zo nauw, zeker niet op seksueel gebied, alles kan tegenwoordig.

Het dieptepunt voor de verloren zoon is het moment dat hij bij de varkens zit en wil eten van wat die beesten wordt voorgezet. Varkens zijn volgens de wet onreine dieren. Deze man had zich dus niet alleen onmogelijk gemaakt door zijn losbandige leven, maar hij had zich ook nog eens onrein gemaakt door de varkens. Voor de vrome Jood iemand waar ze beslist geen contact mee wilden hebben. Ze wilden zo iemand zelfs geen hand geven. Dit nu waren de tollenaars en de zondaars in de ogen van de farizeeën en de schriftgeleerden. Niet alleen leidden zij een losbandig leven, maar ze hadden ook nauwe contacten met de heidenen, vooral de tollenaars. Daarom mopperden zij over het feit dat de Here Jezus zulke mensen ontving.

Maar het verhaal gaat verder, de jongste zoon komt tot bekering en keert vol berouw terug naar de vader. Hij is zich bewust van zijn zonden zowel t.o.v. de hemel als t.o.v. zijn vader. Hij heeft geen enkel recht meer en komt alleen nog maar met een verzoek: maak mij als één van uw dagloners (vers 19). Hij weet dat hij afhankelijk is van genade.

Maar nu de vader. In vers 11 zagen we al dat de vader niet boos werd, hoewel hij daar alle reden toe had. Hier vinden we de vader op de uitkijk, turende in de verte of zijn zoon al kwam. De vader ging ervan uit dat zijn zoon weer terug zou komen. Hij was er klaar voor, niet om te zeggen :”zie je wel dat komt er nou van als je bij mij weggaat.” Neen, we zien de vader vol liefde en ongeduld uitkijken over de weg en toen hij hem zag rende hij hem tegemoet. Je zou kunnen zeggen uiteindelijk komt niet de zoon tot de vader, maar de vader tot de zoon. De vader omhelst en kust hem innig en hoewel de zoon nog berouwvol belijdt wat hij in dat verre land geworden is, luistert de vader niet eens. Voor hem is het feest begonnen! Hoe anders gingen de farizeeën en schriftgeleerden met zondaars om. Een zondaar die zich wilde bekeren had een zware weg te gaan van schuld belijden en boete doen. En hoe is dat bij ons?

Alles voor het feest was voorhanden. De zoon werd bekleed met het beste kleed, hij kreeg sandalen aan zijn voeten en tenslotte een ring om de vinger. Volledig in zijn oude glorie hersteld. Wat moest deze zoon daarvoor doen? Helemaal niets! De kleren lagen gewoon voor hem klaar. Ook het gemeste kalf was er al. Speciaal voor deze gelegenheid had de vader het kalf vet laten mesten, zodat het feest direct kon beginnen. Iedereen mocht mee feesten en iedereen mocht het horen: deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden.( vers 24) De blijdschap van de vader spatte er af, ze begonnen dan ook vrolijk te zijn en het is de vraag of daar ooit een einde aan is gekomen.

De oudste zoon komt thuis en hoort het feest. Hij gaat niet naar binnen, maar wil eerst wel eens weten wat er eigenlijk aan de hand is. Zou hij zijn vader niet vertrouwen? Als hij dan tenslotte hoort wat er in zijn afwezigheid gebeurt is wordt hij boos. Boos op zijn vader, die zoveel liefde geeft aan zijn broer, die een zondaar is. Hij wil niet naar binnen!
Net als bij de jongste zoon komt de vader de oudste zoon tegemoet. Hij verlaat het feest om zijn oudste zoon binnen te halen.

De jongste zoon wist wie hij was en vroeg om genade.
De oudste zoon daarentegen dacht ook te weten wie hij was , hij kwam met zijn prestaties. Vers 29
zie, zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw gebod overtreden. Daar mocht toch eigenlijk wel wat tegenover staan, maar nee hoor en mij hebt ge nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden vrolijk te zijn. Hij was nog bescheiden, vond hij zelf, niet het gemeste kalf, maar een bokje was genoeg geweest. Hij wilde echter niet vrolijk zijn met zijn vader, maar met zijn vrienden. Zijn vader was voor hem zijn baas, die hij trouw diende, maar feest vieren dat doe je met je vrienden. Hoe is het mogelijk dat zijn vader feest viert omdat die losbandige broer, die hij niet meer als broer zou erkennen, is thuis gekomen.

Ik zou me voor kunnen stellen dat de vader boos was geworden en hem had gedwongen naar binnen te gaan en een vrolijk gezicht op te zetten en als je dat niet kunt dan blijf je maar weg.
Nee, hij benadert hem heel liefdevol Kind jij bent altijd bij mij. Daar draait het om. Het gaat niet om dat leuke feestje met je vrienden, het gaat er om dat je bij mij bent.
De farizeeën en de schriftgeleerden beweerden dat ze dicht bij God stonden en daar werkten ze hard voor. Zij hielden zich aan al Gods geboden en hadden er zelfs nog een paar aan toegevoegd, maar ze kenden Zijn liefde niet.
De vader zegt (vers 32) Wij nu moesten vrolijk en blij zijn, want deze broer van jou was dood en is levend geworden, en hij was verloren en is gevonden.

Het is een verhaal met een open einde. De Here Jezus houdt de farizeeën en de schriftgeleerden een spiegel voor. Deze tollenaars en zondaars, jullie broeders, waren verloren en zijn gevonden, verheug je met mij en vier feest.
De gelijkenis van de verloren zoon draait dus eigenlijk niet om de jongste zoon, maar om de oudste. Het ging om de reactie van de oudste zoon en om de reactie van de farizeeën en de schriftgeleerden.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina