U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Mijn eigen Ik Is Gestorven

Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.

Genade Actief
Als ik met Christus gekruisigd ben, ben ik dus dood. Toch staat er achter dat ik leef. Hier is dus sprake van twee ‘iks’. Dan legt Paulus uit dat dit nieuwe ‘ik’ niet ‘mijn ik’ is. Mijn nieuwe ik is niemand minder dan Christus, die leeft in mij, Dat is nou genade in werking: Christus leeft in mij. Wat Paulus hier in één Bijbeltekst zegt, gebruikt hij in de brief aan de Romeinen de drie hoofdstukken 6, 7 en 8 voor om dit grondig uit te werken.

Heerschappij Van Genade
Romeinen 5: 20 – 6: 1 de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest; Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heer. Wat zullen wij dan zeggen?
Paulus gebruikt de methode van vraag en antwoord om de dingen helder te krijgen. Als Paulus hier vraagt wat wij zeggen zullen wijst hij terug naar de heerschappij van de zonde en het antwoord van God daarop: de heerschappij van genade. Wat zullen we dan zeggen?

Veel Meer Overvloedige Genade
Paulus stapelt argument op argument. Hij had aangegeven dat de zonde meerder werd. De mens zondigde dus en zondigde en zondigde. Het probleem stapelde zich steeds hoger op. Het werd een gigantisch hoge berg van zonde. Tegenover die berg van zonde tekende Paulus de genade af. Die genade werd niet veel. Die genade werd niet meer. Die genade werd veel meer dan overvloedig. Als je die twee grootheden tegenover elkaar ziet staan begrijp je ook waarom Paulus hier dit hoofdstuk begint met deze vraag: ‘Wat zullen we dan zeggen?’

Zondigen Als Antwoord Op Genade?
Romeinen 6: 1 Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde?
Het is dus echt waar dat daar waar de zonde steeds maar meer en meer werd de genade veel meer overvloedig werd. Nou, ik wil wel veel meer overvloedige genade! Is het dan een logische conclusie dat we dan maar het best door kunnen gaan met zondigen? De vraagstelling van Paulus komt dus voort uit het feit dat wij tot deze domme conclusies kunnen komen: ‘Ik zondig dus maar lekker door, want hoe meer ik zondig hoe meer genade ik zal ontvangen’.

Is Die Conclusie Juist?
Romeinen 6: 2 Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven?
Paulus zegt: ‘Volstrekt niet’. Dat geeft aan dat Paulus zich afvraagt hoe dit zo in onze bolle hersens kan opkomen. Misschien dat wij uit deze felle reactie van Paulus opmaken dat het dus toch niet mag. ‘Ik mag dus niet zondigen’, is dan weer onze nieuwe conclusie. We vervallen van het ene uiterste in het andere uiterste. Paulus trekt deze conclusie nou juist totaal niet. Welke argumentatie gebruikt Paulus namelijk? Hij vraagt aan ons hoe wij, die aan de zonde zijn gestorven, daarin nog zullen leven. Daar heb je dat varkentje waar het mes ingezet is. Wij zijn gestorven aan de zonde. Onze eigen ik ligt daar dus als een lijk.

Kan een lijk gehoorzaam zijn aan een meester? Kijk, daar ligt de oplossing voor het zondeprobleem. Maar Paulus werkt het gelukkig nog veel verder uit. Daarvoor wijs ik weer door naar de volgende artikelen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende